De mensheid raakt verward en bezorgd door het bevolkingsvraagstuk.

Wij allen hebben het gevoel dat wij beperkt zijn. Hoe raken wij dat gevoel kwijt? Wij moeten ons eerst realiseren dat God een plan voor ons heeft. Zijn plan ligt besloten in de Universele Christus, door wie alle dingen werden geschapen. (Johannes 1:1-3 en 10).

Men verwart de Universele Christus met de identiteit van de man Jezus Christus. Er is één Universele Christus en die Universele Christus is voor eenieder van ons verpersoonlijkt in de persoon van ons Hogere Zelf, ons individueel Christus-Zelf. Jezus had de Christus in zich, net zoals wij allen. Maar hij werd genoemd: “Jezus, de Christus” omdat hij de volheid van de Universele Christus belichaamde. Zoals de apostel Paulus over Jezus schreef: “in hem woonde de gehele volheid van God lichamelijk.” (Kolossenzen 2:9).

God schiep niet alleen Jezus Christus en draaide zich toen om en maakte de rest van ons als bedelaars. Hij schiep alle mensen op aarde voor hetzelfde doel, nl. om de Christus te worden. Ieder van jullie kan de Christus worden! God heeft geen lievelingszoon: wij allen zijn Zijn lieve-lingen. Als dat niet zo was, zouden we erg weinig hoop kunnen hebben op verlossing.
Als Christus zijn zin had gekregen, zou ieder op aarde hem en zijn boodschap al lang geleden hebben aangenomen en zodoende het leven op aarde achter zich hebben kunnen laten. Maar in plaats daarvan zien wij dezelfde daden van de oude Adam, die de verbanning uit Eden veroorzaakten: de oude verboden appel wordt nog steeds doorgegeven en men knabbelt ervan net als dat men toen deed.

De mensen doen nog steeds dezelfde dingen die zij door de eeuwen heen hebben gedaan. De misdaadrubrieken in de huidige kranten zou men evengoed kunnen terugvinden in die van het oude Rome of Pompeii. Het doet er niet toe naar welk deel van de wereld we kijken, dezelf-de handelwijzen leggen een druk op de naties. Alleen heb je vandaag de dag meer mensen om de negativiteiten van de wereld te vermenigvuldigen.

De mensheid raakt verward en bezorgd door het bevolkingsvraagstuk. Zij begrijpen niet dat God een zeker aantal zielen aan deze planeet toegewezen heeft. Daarvan bevinden er zich een bepaald aantal op het astrale gebied of in de hemelse wereld, terwijl ze wachten op hun wedergeboorte. De rest is hier in incarnatie. Voortdurend worden er mensen geboren en voortdurend sterven er mensen. Daar komt pas een eind aan als hun zielen één worden met God.

Het doet me denken aan een klein jongetje dat onder het bed keek en daar stof zag liggen. “Mama”, zei hij, “u zei dat wij allen uit stof voortkwamen en tot stof zullen wederkeren, niet-waar?” “Dat is zo”, zei z’n mama. “O!”, zei hij, “dan komt of gaat er nu iemand onder het bed!” En zo is dat ook. Elke seconde komt of gaat er iemand.

Het hele idee is dit: neem God zeer serieus; neem de gelegenheid om in leven te zijn, heel ernstig op, maar neem jezelf niet te serieus. Leer om jezelf te lachen. Leer te glimlachen. Leer gelukkig te zijn. Leer om jezelf niet te veel bewust te zijn van je menselijke persoontje. Als je ‘s nachts voetstappen hoort, vraag dan: “Wie loopt daar?” En de stem zal antwoorden: “God loopt daar.” Laat God geen schip zijn dat in de nacht voorbij vaart. Hou Hem tegen. Vraag Hem een poosje bij je te blijven. Je hoeft niet het gevoel te hebben dat God ver van je af staat. God is dichtbij – even dichtbij als je eigen adem.


Bron: “Het antwoord dat je zoekt”. Boek verkrijgbaar bij Amethistpers.nl

Pin It on Pinterest

X
X