Discipelschap

DiscipelschapEen aanhanger zijn van de Christus en van de Leringen van de Grote Witte Broederschap; het proces van het verwerven van zelfmeesterschap door zelfdiscipline in de inwijdingen van de Boeddha, de Wereldleraren, en de Opgevaren Meesters.

Stappen van inwijdingen in discipelschap onder het Levende Woord: (1) Student: In deze fase studeert het individu, wordt een student van de geschriften en de leringen van de Meester. Hij is vrij om te komen en te gaan in diens community, geniet van het kameraadschap met diens volgelingen en de vruchten van hun toewijding maar heeft geen bijzondere verantwoordelijkheid verklaard aan de persoon van de Meester. Hij heeft geen geloftes afgelegd, geen verplichting aangegaan, maar kan aan het studeren zijn om ‘zichzelf als goedgekeurd te bewijzen’ en om als een dienaar (ook chela genoemd) geaccepteerd te worden, om te delen in de vreugde van de wereldmissie van de Meester. (2) Discipel (chela): Het individu verlangt ernaar een verbond aan te gaan met de Meester – om rechtstreeks door de Meester onderwezen te worden, in plaats van alleen door zijn gepubliceerde geschriften. De leerling beantwoordt de roep van de Meester om zijn netten en karmische verwikkelingen en wereldse verlangens achter zich te laten en hem te volgen: ‘Kom laat uw netten achter en ik zal u vissers van mensen maken.’ De discipel ontvangt de inwijdingen van de Kosmische Christus in de loop van zijn dienst aan de Meester. Zijn hart, geest en ziel beginnen een grotere liefde te ontvouwen als waardering en dankbaarheid voor de leringen die hij in een voorgaand niveau als student heeft ontvangen. Zijn liefde wordt vertaald in actie als zelfopoffering, onzelfzuchtigheid, dienstbaarheid, en overgave aan de Persoon van de Christus, de Zon achter de Mensenzoon van de Meester; wanneer deze stap versnelt tot het niveau van het ‘aanvaardbare aanbod’, en de chela bezig is met het balanceren van zijn drievoudige vlam en zijn karma, kan hij worden voorgedragen voor de volgende stap. (3) Vriend: Degenen die tot vriend van de Meester worden gerekend, gaan op uitnodiging – “Ik noem u niet meer dienaren, maar vrienden” – een relatie aan als kameraad en medewerker, en dragen grotere verantwoordelijkheid voor het pad van de Meester als wereldredder. De vriend draagt het kruis, evenals de last van Licht van de Meester; hij demonstreert de kwaliteiten van vriendschap zoals in het leven van Abraham en andere chela’s die zijn opgerezen tot een niveau van het begrijpen van het hart en de ervaring van de Meester – die troost, bemoediging, advies en steun verschaffen uit loyaliteit aan zowel de doelen en de persoon van de Meester. (4) Broeder: De graad van broeder is het niveau waar de eenheid van de Goeroe-chela, Alfa-Omega relatie compleet is, door de horizontale figuur-acht uitwisseling van hart-tot-hart; de Goeroe heeft de discipel feitelijk een deel van zijn eigen vlees en bloed gemaakt en hem het volledige momentum van zijn verworvenheid en delen van zijn mantel en gezag aangeboden, in voorbereiding op de hemelvaart van de Meester en het overnemen door de discipel van een deel of het geheel van het ambt van de Meester. Dit is de liefdesrelatie uitgebeeld door Jezus en Johannes, zijn Moeder, Maria, en wellicht zijn eigen broeder van vlees-en-bloed (of neef) Jakobus. (5) Christus, of Gechristende: De gezalfde of het Geïncarneerde Woord.

(Timoteüs 2:15; Matteüs 4:19; Marcus 1:17; Johannes 15. Zie Jezus en Kuthumi, Corona Class Lessons, (hfdst 25-30).

Pin It on Pinterest

X
X