Avatar

Avatar: (Skt. Avatāra ‘afdaling’, van avatari ‘hij daalt af’, van ava – ‘weg’ + tarati – ‘hij steekt over’.) De incarnatie van het Woord; de afdaling of oversteek van de Universele Christus vanuit de rijken van de geest naar de rijken van materie. De avatar van een tijdperk is de Christus, de incarnatie van de Zoon van God (Vishnu), de tweede persoon van de Drie-Eenheid. De avatar, met zijn goddelijke complement Shakti, of tweelingvlam, ‘beeld uit’ en ‘speelt’ in het bewustzijn en de vier lagere lichamen het archetypische patroon van de Vader-Moeder God ‘uit’ voor de evolutie van de zielen in een tweeduizendjarige cyclus. De voornaamste avatar(s) van een tijdperk zijn er twee in aantal – het mannelijke en vrouwelijke prototype die door hun voorbeeld het pad van initiatie laten zien en belichamen, die aangewezen is door de solaire hiërarchie die verantwoordelijk is voor de levensstromen die richting het centrum van de Kosmische Christus bewegen door de ‘open deur’ (de leraar en de lering) van die tweeduizend jaar oude dispensatie. Overeenkomstig mensheid’s karma, de status quo van de kinderen van God (hun zielenprogressie of het gebrek daarvan in voorgaande dispensaties), en de vereisten van de Logos, mogen de Manu’s verscheidene Gechristenden aanwijzen – degenen die begiftigd zijn met een buitengewoon licht – om erop uit te gaan als wereldleraren en wegwijzers. De Gechristenden demonstreren de wet van de Logos in een gegeven tijdperk, trapsgewijs naar beneden gebracht door de Manu(s) en de avatar(s) totdat het vleesgeworden is door hun eigen woord en werk – om uitermate victorieus te zijn in de vervulling ervan in alle zielen van licht die zijn uitgezonden om tijd en ruimte te overwinnen in dat tijdperk.

Pin It on Pinterest

X
X